Verdrietig zijn

dementie en verdrietig zijn met regen op het raamWanneer je beseft dat je grip op het leven verliest, jezelf langzaam aan het kwijtraken bent, is het niet altijd even eenvoudig om positief te blijven. Eind april 2016 vraag ik me af of mijn moeder meer dan normaal verdrietig is. Maar ja, wat is normaal? 

Het punt van verhuizen begint in zicht te komen en ik zoek naar manieren om het hier met mam over te hebben. Niet alleen vanwege de praktische overwegingen. We zien allemaal haar verdriet als we aan het einde van de dag weer vertrekken. Ze heeft ook veel migraine gehad de laatste maanden, iets waar ze voor haar ziekte al jaren geen last meer van had. Ik zie dat ze zich zorgen maakt. Ook nu, terwijl we samen bij het raam staan en ik haar bekijk terwijl ze naar haar tuin tuurt, zie ik hoe moe ze is.

Niet meer willen

Ik vraag haar, waar ze aan denkt. Een lastige open vraag, want mam kan door haar afasie niet zelfstandig een zinnig antwoord geven. Ik vul het dus voor haar in, in de hoop dat ze bevestigend of ontkennend zal antwoorden. Ik vraag haar, of ze het allemaal nog wel wil. Dit hier, dat grote huis, alleen zijn, voor zichzelf moeten zorgen. Of ze het nog wel aan kan. Ik zie dat haar ogen vochtig worden.

Ik zeg dat als zij dit niet meer wil, ze dat mag zeggen. “Niet hoor,” zegt ze verdrietig.

Ze zegt zachtjes iets wat ik niet versta. Ik vul het verder aan, door te zeggen dat als zij dit niet meer wil, als zij wil dat we naar een andere plek gaan waar op elk moment van de dag iemand voor haar zal zijn om haar te helpen, dat ze het dan ook mag zeggen. Dat iedereen dat zal begrijpen. Ze kijkt me vermoeid aan. “Niet hoor,” zegt ze verdrietig. Ik geef haar een dikke knuffel en stel voor om te gaan wandelen. Dat is goed.

We lopen een uur en als we thuiskomen, zie ik mam wat bleek worden. Ik pak haar bij de arm en voor ik het weet, valt ze flauw. Het lukt me om haar op te vangen, ze is gelukkig maar even weg. Ik snap er niets van, we hebben voor de wandeling nog wat gegeten en gedronken. Wel was ze stiller dan anders, misschien was ze onder de indruk van het gesprek dat we daarvoor hadden. Ze komt gelukkig weer goed bij, even later lijkt er niets aan de hand.

Als ik ’s avonds wil vertrekken, is ze weer verdrietig. Ze wil niet dat ik ga. Ik leg haar uit dat ze het echt wel redt, ze is klaar om naar bed te gaan, alles in huis is in orde, deuren zijn op slot. Ik maak nog een kop thee en kom naast haar zitten. Ze slaat haar arm om me heen. Zo zitten we nog een half uur, ik merk dat ze nu rustiger is. Als ik vraag of het goed is dat ik ga, stemt ze in. Ze ziet er moe uit. Maar ze houdt zich groot, draait de deur op slot en zwaait bij het raam naar me. Ik zie dat ze tranen in haar ogen heeft. Ik ook.

4 gedachten over “Verdrietig zijn”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *